Extra begeleiding

als het nodig is

Soms hebben leerlingen niet genoeg aan de basisbegeleiding. Er is dan tijdelijk wat extra ondersteuning nodig die de mentor of juniormentor niet kan bieden. Zoals begeleiding bij dyslexie, faalangst of weerbaarheid. Hoe gaat dat nu precies in z’n werk?

Dyslexie

Voor leerlingen met dyslexie is speciale aandacht. Zij krijgen o.a. extra tijd bij proefwerken, een aangepaste beoordeling van de spelling bij talen, extra begeleidingslessen en een persoonlijke coach die vraagbaak blijft na afronding van de begeleidingslessen.

Daarnaast hebben wij aan het begin van de brugklas een online programma om te kijken welke leerlingen dyslexie hebben. Op grond hiervan, in combinatie met informatie van de basisschool over lezen en spelling, bepalen we of leerlingen voor verder onderzoek in aanmerking komen. 

Bekijk hier ons dyslexieprotocol. 

Bouwen aan zelfvertrouwen

Onderbouw
Voor brugklasleerlingen en tweedeklassers hebben we een groepstraining om faalangst te verminderen. De signalering loopt via de mentor en de schoolvragenlijst. Na het invullen van de vragen spreekt de mentor met de leerlingen en is er contact met ouders. Daarna volgen gesprekken met ouders van leerlingen die we uitnodigen voor een training.

De training bestaat uit zeven à acht bijeenkomsten tijdens het 7e lesuur. Ongeveer zes weken na de laatste bijeenkomst is er een ‘terugkomdag’. De groepstraining begint na de kerstvakantie. Incidenteel kunnen leerlingen die buiten de groepstraining vallen of leerlingen die toch nog veel last houden, individueel ondersteuning krijgen.

Bovenbouw
In de bovenbouw bieden we een groepstraining aan en eventueel een individueel traject. De signalering gaat via de CAPAZ (vragenlijst). De groepstraining bestaat uit ongeveer acht bijeenkomsten en is voor eindexamenleerlingen. 

Sociale vaardigheidstraining

Thuis, op school, op straat ontmoet je mensen. Het kan zijn dat je je dan niet zo prettig voelt, bijvoorbeeld omdat:

  • je het eng vindt om een praatje te maken; 
  • je niets te zeggen hebt; 
  • je niet weet hoe je een gesprek moet beginnen; 
  • je het moeilijk, vervelend of eng vindt om nee te zeggen. 

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen. Sommige leerlingen kunnen zich in vele situaties goed redden en anderen hebben daar wat meer moeite mee. Door te oefenen kun je proberen hier minder angstig voor te zijn, zodat je makkelijker vrienden kunt maken of beter met iemand samen kunt werken of sneller een praatje begint en je meer zelfvertrouwen krijgt.

Dit alles heeft te maken met sociale vaardigheden, zoals: kennismaken, contact maken, iets moeilijks of iets lastigs durven zeggen, voor jezelf opkomen, commentaar van iemand krijgen of commentaar op iemand geven. 

Voor brugklasleerlingen en tweedeklassers is er een groepstraining opgezet voor sociale vaardigheden. Je mentor kan je hiervoor uitnodigen. De groepstraining start in februari na afname van de tweede schoolvragenlijst. 

Leerlingbegeleiding

De leerlingbegeleider begeleidt vooral op het gebied van de sociaal-emotionele problematiek. Ze kunnen helpen in te schatten wat er aan de hand is of wat je aan je probleem kunt doen. Als na een aantal gesprekken de hulp niet meer nodig is, wordt je mentor weer het eerste aanspreekpunt. De leerlingbegeleiders zijn mevrouw Ritman en meneer Lindeman.

Trajectvoorziening

Als het in de gewone klas niet lukt, kun je extra begeleiding krijgen van de begeleiders van onze Trajectvoorziening. Samen met hen kijk je wat je nodig hebt om ervoor te zorgen dat het wél weer lukt en je op succesvolle wijze je schoolloopbaan af kunt sluiten. Ook is de trajectvoorziening een rustige en veilige ruimte, waar je kunt werken buiten de begeleidingstijd. De begeleiding van de trajectvoorziening kan je bijvoorbeeld helpen als je ADD of ADHD hebt, of als je op een of andere manier vastloopt op het gebied van resultaten en/of gedrag. Aanmelding loopt altijd via de mentor en de zorgcoördinator.

Extra hulpverlening

De zorgcoördinator heeft regelmatig contact met de CJG-coach en de schoolmaatschappelijk werker. Indien nodig wordt samen met de ouders en de leerling besproken welke hulp geboden kan worden. Naast gesprekken met de leerlingbegeleiders kan een schoolpsycholoog onderzoek doen naar gedrag- of leerstoornissen of kan de schoolmaatschappelijk werker in geval van thuisproblematiek de situatie inventariseren om de juiste hulp in te zetten. Bij lichamelijke klachten is een verwijzing naar de schoolarts ook een mogelijkheid. De zorgcoördinator heeft daarnaast regelmatig contact met de leerplichtambtenaren van Heemskerk en Beverwijk.