Werkhouding

Drie keer per jaar wordt een rapport uitgereikt waarop de tussenstand staat van de resultaten van de leerling. Het rapport wordt door de mentor uitgereikt. In de rapportvergaderingen wordt gesproken over de resultaten. Om een beeld te krijgen van de mogelijke redenen van onvoldoende resultaten, wordt ook de werkhouding per vak door de docent aangegeven met de volgende letters:

O   = onvoldoende

TW = twijfelachtig

V    = voldoende

G    = goed

Het analyseren van de werkhouding van de leerling bij verschillende vakken kan de mentor en docenten helpen inzicht te krijgen of de werkhouding een rol speelt in de resultaten. De rubric die de docent kan hanteren om tot een overwogen beoordeling te komen van de werkhouding kunt u hier downloaden.