Wat zijn in 2013-2014 de exameneisen voor havo/vwo?

Je bent dit jaar geslaagd als:

  1. Je de rekentoets hebt gemaakt. Het cijfer dat je daarvoor haalt, telt niet mee bij de berekening of je wel of niet geslaagd bent.
  2. Het gemiddelde van al je centraal examencijfers 5,5 of hoger is (tel al je centraal examencijfers bij elkaar op en deel dit door het aantal centrale examens die je hebt gedaan). Met een gemiddelde van 5,4999 of lager ben je gezakt.
  3. De vakken ckv en lichamelijke opvoeding ‘voldoende’ of ‘goed’ zijn.
  4. Bij je eindcijfers in het rijtje Nederlands, Engels en wiskunde maar ten hoogste één vijf voorkomt (dus één 5 en verder 6 of hoger of alle drie 6 of hoger). Dit is de zogenaamde kernvakkenregel.
  5. Je eindcijfers ook aan de volgende eisen voldoen:
  • Al je eindcijfers zijn 6 of hoger, of
  • Je hebt één 5 en al je andere eindcijfers zijn 6 of hoger, of
  • Je hebt één 4 en al je andere eindcijfers zijn 6 of hoger én het gemiddelde van al je eindcijfers is ten minste 6,0 of
  • Je hebt twee 5’en of één 5 en één 4 en al je andere eindcijfers zijn 6 of hoger én het gemiddelde van al je eindcijfers is ten minste 6,0.
  • Geen eindcijfer is 3 of lager.

Let op: om te slagen moet je dus aan alle vijf de eisen voldoen!
Als je aan één van de eisen niet voldoet, ben je gezakt.

Hoe wordt je eindcijfer berekend?
Het eindcijfer van een vak is het gemiddelde van het schoolexamencijfer (SE) en het centraal
examencijfer (CE), afgerond op een geheel cijfer. Als het eerste cijfer achter de komma een 4 of
lager is, wordt het eindcijfer naar beneden afgerond. Een 5,49 is dus een 5. Als het eerste cijfer achter de komma een 5 of hoger is, wordt het eindcijfer naar boven afgerond. Een 5,50 is dus een 6. Als er voor een vak geen centraal examen is, dan is het cijfer van het schoolexamen ook het eindcijfer.

Wanneer telt wiskunde mee voor de kernvakkenregel?
In het rijtje vakken voor de kernvakkenregel staat wiskunde genoemd. Dit kan zijn:
wiskunde A, wiskunde B of op het vwo ook wiskunde C. Het vak wiskunde D telt niet mee
voor de kernvakkenregel.

Wie op havo het profiel C&M doet, hoeft geen wiskunde in zijn pakket te hebben. Dan geldt
de kernvakkenregel dus alleen voor Nederlands en Engels.
Maar hoe zit het dan als je tóch wiskunde A of wiskunde B doet in je C&M-profiel? Dan telt
wiskunde gewoon mee voor de kernvakkenregel. Tenzij het een extra vak is; dan geldt de
standaardregel dat het extra vak niet meetelt voor de uitslag als je door het niet meetellen
kunt slagen.

Wanneer geldt de kernvakkenregel niet?
Als bij het vaststellen van de uitslag in 2014 een cijfer voor Nederlands, Engels of wiskunde
wordt betrokken dat in een eerder jaar is vastgesteld, geldt de kernvakkenregel niet.

Het combinatiecijfer. Wat is dat?
Het combinatiecijfer is het gemiddelde van een aantal ‘kleine’ vakken. Het is een van de cijfers
bij de vijfde uitslagregel, zie hierboven. Voorbeelden zijn maatschappijleer, het profielwerkstuk, algemene natuurwetenschappen op het vwo en een aantal keuzevakken.
Deze vakken hebben alleen een schoolexamen en geen centraal examen.

Welke onderdelen meewegen in het combinatiecijfer legt de school vast in het examenreglement
en het programma van toetsing en afsluiting. Het combinatiecijfer weegt niet mee bij de
berekening van het gemiddelde van de centraal examencijfers (dat ten minste een 5,5 moet zijn).
Het combinatiecijfer mag geen 3 zijn. Ook de afzonderlijke onderdelen van het combinatiecijfer
mogen geen 3 bevatten.

Doe je examen in een extra vak?
Je kunt niet zakken op een onvoldoende voor een extra vak.

Vooraf kiezen: gymnasium of atheneum.
Bij het inleveren van de schoolexamencijfers voordat de centraal examenperiode begint, kiest
de school met jou definitief voor welk examen je opgaat: gymnasium of atheneum. Kies je op
dat moment voor gymnasium en slaag je niet voor gymnasium, dan kan je na vaststelling van de
uitslag niet alsnog een vwo-(atheneum-)diploma krijgen.