Slaag-zakregeling havo/vwo 2015-2016

De kandidaat die eindexamen vwo of havo heeft afgelegd, is geslaagd indien:

  • 1a. hij voor al zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
  • 1b. hij voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
  • 1c. hij voor een van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt
  • 1d. dan wel hij voor twee van zijn vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor een van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer een 4 en voor een van deze vakken als eindcijfer een 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt.
  • 2. hij voor alle vakken op het centraal schriftelijk examen gemiddeld een voldoende heeft gehaald. Een leerling is dus gezakt als het gemiddelde cijfer voor het CE lager is dan een 5,5.
  • 3. voor een kandidaat vwo: hij ten hoogste één vijf als eindcijfer voor de kernvakken Nederlands, Engels, wiskunde A, B of C of de rekentoets heeft gescoord. Voor leerlingen zonder wiskunde geldt dat ten hoogste één vijf voor Nederlands, Engels en rekentoets behaald mag worden. Een leerling is dus gezakt als a) er meer dan één vijf voor deze vakken wordt gescoord; b) er een vier of lager voor deze vakken wordt gescoord.
    voor een kandidaat havo: hij ten hoogste één vijf als eindcijfer voor de kernvakken Nederlands, Engels, wiskunde A of B heeft gescoord. Voor leerlingen zonder wiskunde geldt dat ten hoogste één vijf voor Nederlands en Engels behaald mag worden. Een leerling is dus gezakt als a) er meer dan één vijf voor deze vakken wordt gescoord; b) er een vier of lager voor deze vakken wordt gescoord. De rekentoets dient de kandidaat havo te hebben afgelegd.
  • 4. de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding  van het gemeenschappelijk deel van elk profiel zijn beoordeeld als 'voldoende' of 'goed'.

Let op: om te slagen moet je dus aan alle eisen voldoen! Als je aan één van de eisen niet voldoet, ben je gezakt.

Hoe wordt je eindcijfer berekend?
Het eindcijfer van een vak is het gemiddelde van het schoolexamencijfer (SE) en het centraal examencijfer (CE), afgerond op een geheel cijfer. Als het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, wordt het eindcijfer naar beneden afgerond. Een 5,49 is dus een 5. Als het eerste cijfer achter de komma een 5 of hoger is, wordt het eindcijfer naar boven afgerond. Een 5,50 is dus een 6. Als er voor een vak geen centraal examen is, dan is het cijfer van het schoolexamen ook het eindcijfer.

Wanneer telt wiskunde mee voor de kernvakkenregel?
In het rijtje vakken voor de kernvakkenregel staat wiskunde genoemd. Dit kan zijn: wiskunde A, wiskunde B of op het vwo ook wiskunde C. Het vak wiskunde D telt niet mee voor de kernvakkenregel.

Wie op havo het profiel C&M doet, hoeft geen wiskunde in zijn pakket te hebben. Dan geldt de kernvakkenregel dus alleen voor Nederlands en Engels. Maar hoe zit het dan als je tóch wiskunde A of wiskunde B doet in je C&M-profiel? Dan telt wiskunde gewoon mee voor de kernvakkenregel. Tenzij het een extra vak is; dan geldt de standaardregel dat het extra vak niet meetelt voor de uitslag als je door het niet meetellen kunt slagen.

Het combinatiecijfer. Wat is dat?
Het combinatiecijfer is het gemiddelde van een aantal ‘kleine’ vakken. Het is een van de cijfers bij de vijfde uitslagregel, zie hierboven. Voorbeelden zijn maatschappijleer, het profielwerkstuk, algemene natuurwetenschappen op het vwo en een aantal keuzevakken. Deze vakken hebben alleen een schoolexamen en geen centraal examen.

Welke onderdelen meewegen in het combinatiecijfer legt de school vast in het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting. Het combinatiecijfer weegt niet mee bij de berekening van het gemiddelde van de centraal examencijfers (dat ten minste een 5,5 moet zijn). Het combinatiecijfer mag geen 3 zijn. Ook de afzonderlijke onderdelen van het combinatiecijfer mogen geen 3 bevatten.

Doe je examen in een extra vak?
Je kunt niet zakken op een onvoldoende voor een extra vak.

Vooraf kiezen: gymnasium of atheneum.
Bij het inleveren van de schoolexamencijfers voordat de centraal examenperiode begint, kiest de school met jou definitief voor welk examen je opgaat: gymnasium of atheneum. Kies je op dat moment voor gymnasium en slaag je niet voor gymnasium, dan kan je na vaststelling van de uitslag niet alsnog een vwo-(atheneum-)diploma krijgen.