Bevorderingsrichtlijnen klas 4 havo/vwo

4.1. Algemeen

  1. In de bovenbouw hebben leerlingen te maken met toetsen die voor het rapport tellen, en PTA-toetsen die ook meetellen voor hun examendossier. Zaken rond PTA-toetsen en examens zijn geregeld in het Programma van toetsing en afsluiting (PTA). De bevorderingsrichtlijnen hebben betrekking op de rapporten.
  2. Leerlingen die voldoen aan de criteria die per leerjaar gelden, worden zonder meer bevorderd.
  3. Een leerling die bevorderd is, kan een taak krijgen. Alleen voor de vakken ckv en lo wordt nooit een taak opgelegd. Indien de taak aan het begin van het schooljaar niet is volbracht, werkt de leerling na schooltijd op school aan de taak totdat deze voldoende afgerond is.
  4. Een cijfer lager dan een 4 leidt nooit tot bevorderen.
  5. Leerlingen die niet zijn bevorderd, kunnen het leerjaar doubleren. Daarnaast geldt dat een leerling uit 4 vwo soms nog bevorderd kan worden met een ander profiel, indien de rapportvergadering hiertoe beslist.
  6. Leerlingen kunnen in twee opeenvolgende leerjaren één keer doubleren.
  7. Elke leerling kan in bespreking worden gebracht en de vergadering kan ten gunste van de leerling afwijken van de criteria. Indien de vergadering niet tot een oordeel komt, beslist de directie na overleg met de betrokken afdelingsleider.
  8. De cijfers van het eerste en tweede rapport worden afgerond op één decimaal. Op het derde en laatste rapport worden hele cijfers gegeven. Bij het afronden van rapportcijfers gebruiken wij de officiële afrondingsregels. Dat betekent dat een gemiddelde van 6,45 op het eerste en tweede rapport afgerond wordt naar 6,5. Op het laatste rapport wordt datzelfde cijfer 6,45 afgerond naar een 6.
  9. Een leerling komt bij het eindrapport in aanmerking voor een getuigschrift ‘cum laude’, indien hij voldoet aan de volgende eisen:
  • de leerling heeft gemiddeld minimaal een 8,0 behaald waarbij ieder cijfer even zwaar meetelt, en heeft geen cijfer lager dan 7,0 behaald;
  • de leerling heeft voor culturele en kunstzinnige vorming minimaal een ‘goed’ behaald en voor lichamelijke opvoeding minimaal een ‘voldoende’.


4.2. Bovenbouw

De leerling wordt bevorderd naar 5 havo, respectievelijk 5 atheneum/5 gymnasium, wanneer voor de te becijferen examenvakken:

  • alle cijfers voldoende zijn;
  • er maximaal één 5 op het rapport staat;
  • er maximaal één 4 of twee 5'en op het rapport staan, mits er minimaal twee compensatiepunten zijn;
  • er maximaal één 4 en één 5 op het rapport staan, mits er minimaal drie compensatiepunten zijn
  • er geen 4 en maximaal één 5 staat voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde a, b of c;
  • een leerling op het eindrapport minimaal een voldoende voor de vakken ckv en lo heeft.

Toelichting:

  1. de cijfers worden op het eindrapport rekenkundig afgerond op hele getallen;
  2. een 7 levert één compensatiepunt op en een 8 of hoger twee compensatiepunten;
  3. het eindcijfer voor de vakken binnen het combinatiecijfer wordt op het rapport als afzonderlijk volwaardig cijfer meegeteld.

Vrijstelling:

Vakken met uitsluitend schoolexamen die door een leerling met een voldoende eindcijfer worden afgesloten, geven bij doubleren recht op vrijstelling met uitzondering van het vak lichamelijke opvoeding. In het geval van vrijstelling levert het afgeronde schoolexamenvak geen compensatiepunten op.