Bevorderingsrichtlijnen brugklas havo/vwo

1.1. Algemeen

  1. De bevordering geschiedt op grond van behaalde resultaten voor de vakken: Nederlands (Ne), Frans (Fa), Engels (En), geschiedenis (gs), aardrijkskunde (ak), wiskunde (wi), biologie/verzorging (bi/vz), techniek (tn), muziek (mu), beeldende vorming (bv), lichamelijke opvoeding (lo), informatiekunde (inf), maatschappelijke vorming (mv) en in de gymnasiumklas het vak klassieke cultuur (kc);
     
  2. cijfers lager dan 6 leveren tekortpunten op:
    5 = een tekortpunt, 4 = twee tekortpunten, 3 = drie tekortpunten. De cijfers l en 2 worden op de rapporten niet gebruikt. Onvoldoende cijfers zijn de cijfers die lager zijn dan 5,5;
     
  3. als het eindrapport gelijk is aan of beter dan het tweede rapport, kan de bevordering niet in negatieve zin afwijken van het advies dat in april is uitgebracht;
     
  4. een leerling kan, in het algemeen, niet meer dan één schooltype lager geplaatst worden dan het in april uitgebrachte advies;
     
  5. een leerling doubleert slechts bij uitzondering;
     
  6. elke leerling kan in bespreking gebracht worden. Dit gebeurt in ieder geval als een leerling in de bespreekzone valt. De docenten van de leerling bepalen dan via een stemming in welke jaarlaag en afdeling de leerling het volgende jaar geplaatst wordt. Ook leerlingen voor wie bijzondere omstandigheden gelden, worden besproken;
     
  7. het geven van een taak behoort tot de mogelijkheden. Indien de taak aan het begin van het schooljaar niet is volbracht, werkt de leerling na schooltijd op school aan de taak totdat deze voldoende afgerond is;
     
  8. de cijfers van het eerste en tweede rapport worden afgerond op één decimaal. Op het derde en laatste rapport worden hele cijfers gegeven. Bij het afronden van rapportcijfers gebruiken wij de officiële afrondingsregels. Dat betekent dat een gemiddelde van 6,45 op het eerste en tweede rapport afgerond wordt naar 6,5. Op het laatste rapport wordt datzelfde cijfer 6,45 afgerond naar een 6.


    Afwijking brugklas:

    Het totaal van de cijfers wordt in de brugklas bij alle rapporten gebaseerd op twee decimalen.

  9. Een leerling komt bij het eindrapport in aanmerking voor een getuigschrift ‘cum laude’, indien hij voldoet aan de volgende eisen:
  • de leerling heeft gemiddeld minimaal een 8,0 behaald waarbij ieder cijfer even zwaar meetelt, en heeft geen cijfer lager dan 7,0 behaald;
  • de leerling heeft voor lichamelijke opvoeding minimaal een voldoende behaald.


1.2. Havo / vwo brugklas

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de vakken:
I. Ne, Fa, En, Gs, Ak, Wi, Bi.
II. Te, Mu, Bv, Mv, If en Lo.

Een leerling wordt bevorderd naar 2 atheneum/2 gymnasium als:

  • de som van de cijfers van de vakken uit categorie I 50 of meer is en er niet meer dan één tekortpunt is;
  • het gemiddelde eindcijfer voor de vakken uit categorie II minimaal een 6 is met maximaal één tekortpunt;
  • een leerling de maatschappelijke stage volbracht heeft.

Een leerling valt in de bespreekzone als:

  • de som van de cijfers 48 of 49 is bij maximaal 1 tekortpunt;
  • er 2 tekortpunten zijn bij een totaal van 50 punten of meer;
  • in categorie II niet aan de eisen is voldaan.

Een leerling wordt bevorderd naar 2 havo als:

  • de som van de cijfers van de vakken uit categorie I 42 of meer is en er niet meer dan drie tekortpunten zijn;
  • het gemiddelde eindcijfervoor voor de vakken uit categorie II minimaal een 6 is met maximaal één tekortpunt;
  • een leerling de maatschappelijke stage volbracht heeft.

Een leerling valt in de bespreekzone als:

  • de som van de cijfers 40 of 41 is bij maximaal 3 tekortpunten;
  • er 4 tekortpunten zijn bij een som van 42 punten of meer;
  • in categorie II niet aan de eisen is voldaan.

Een leerling die niet voldoet aan de overgangseisen voor bevordering naar 2 havo, kan worden bevorderd naar 2 TL of in uitzonderingsgevallen doubleren.


3. Gymnasiumbrugklas

Er wordt onderscheid gemaakt tussen de vakken:
I. Ne, Fa, En, Gs, Ak, Wi, Bi.
II. Te, Mu, Bv, Mv, Kc, If en Lo.

Een leerling wordt bevorderd naar 2 gymnasium als:

  • er bij de vakken uit categorie I niet meer dan één tekortpunt is;
  • het gemiddelde van de vakken uit categorie II minimaal een 6 is met maximaal één tekortpunt;
  • een leerling de maatschappelijke stage volbracht heeft.

Een leerling wordt bevorderd naar 2 atheneum als:

  • er bij de vakken uit categorie I niet meer dan twee tekortpunten zijn;
  • het gemiddelde van de vakken uit categorie II minimaal een 6 is met maximaal één tekortpunt;
  • een leerling de maatschappelijke stage volbracht heeft.

Een leerling wordt bevorderd naar 2 havo als:

  • er bij de vakken uit categorie I drie of meer tekortpunten zijn;
  • het gemiddelde van de vakken uit categorie II minimaal een 6 is met maximaal één tekortpunt;
  • een leerling de maatschappelijke stage volbracht heeft.